Kerst column Michiel / cyclingcols.com
In december 2006 besloot ik te overwinteren in de Spaanse stad Granada. Een stad die, zelfs in de koude maanden, badend lijkt in een bijna eeuwige zon. Elke ochtend werd ik wakker met een knisperende vorst op daken en straatstenen, maar zodra de zon zijn stralen over de Sierra Nevada liet glijden, klom het kwik energiek naar een aangename vijftien graden of zelfs meer. De dagen waren kort, maar de lichtval, de geur van olijven en sinaasappels in de straten en het zicht op de besneeuwde toppen zorgden voor een permanent vakantiegevoel. Ik was een digital nomad avant la lettre.
Tot er ineens iets veranderde.
Het begon heel subtiel: een grijze waas die de bergen binnenrolde, alsof de natuur een nieuw decor wilde schilderen. Tegen de middag dwarrelden de eerste vlokken neer, aarzelend, alsof ze zelf niet goed wisten of ze wel thuishoorden in dat zonovergoten landschap. Maar in de namiddag had de winter zijn besluit genomen: de straten van Granada kleurden langzaam wit. De stad werd stil. Zelfs de straatmuzikanten leken verbaasd.
De volgende ochtend lag de wereld er anders bij. De zon was terug, vol bravoure, maar de verse sneeuw weigerde te smelten — het was een zeldzaam duel tussen licht en kou. En ik? Ik voelde een onrustige drang om eropuit te trekken. De bergen riepen.
Met mijn fiets reed ik richting de Alpujarras, het beroemde gebergte op de zuidflanken van de Sierra Nevada. De lucht was ijl en fris, en af en toe moest ik uitwijken voor kledderige witte drap die de weg verraderlijk glad maakte. De doorgaans zo fotogenieke witte dorpjes waar de Alpujarras bekend om staan — Pampaneira, Bubión, Capileira — ze lagen verborgen onder een sluier van sneeuw, alsof ze plotseling mystieke bergdorpen waren geworden die zich slechts aan de meest volhardende bezoekers toonden.
Mijn doel lag hoger: Trévelez, het hoogst gelegen dorp van Spanje. De klim voelde eindeloos, de stilte intens. De wereld leek te zijn teruggebracht tot slechts twee kleuren: wit en blauw. Toen ik uiteindelijk het dorp binnenreed, voelde het alsof ik een verborgen enclave had ontdekt. Daken, straten, balkons — alles was bedekt met een vers, helder kleed van sneeuw.
Ik stapte af, pakte mijn camera en maakte een foto die ik nooit meer zal vergeten: het markante witte dorpje dat verdween in een nog witter landschap. Een beeld van een wereld op pauze.
De zon was alweer aan het zakken; het laveren door de sneeuwresten had me vertraagd. In de schemering reed ik door de voorsteden van Granada, extra goed verlicht door de kerstversieringen op straat. Inmiddels was het avond, kerstavond, en kwam een bijzondere fiets-ervaring ten einde. Een winterse verrassing. En een herinnering aan hoe zelfs in Zuid-Spanje december soms zijn tanden laat zien.

Trevelez, fotopunt tevens in route Badlands supported 2026
